Mannen zwaar in de minderheid op basisschool

1 op de 6 basisscholen heeft geen meester meer. De verwachting is dat door de pensioengolf nog meer mannen het basisonderwijs gaan verlaten. Is dat erg? En hoe kun je het tij keren?

 

Beperkte carrièrekansen, een lager salaris dan in het bedrijfsleven en weinig status. Dat zijn volgens de enquête onder leden van vakbond CNV Onderwijs de oorzaak van het tekort aan mannen. Ook missen mannen ‘maatjes’, ze voelen zich alleen tussen alle vrouwen. Als er al een man werkt op school, is dat meestal de directeur of de conciërge. Zeker de basisscholen waar geen of slechts één man werkt, lukt het nauwelijks om meesters aan te trekken.

 

Is het erg?
Vrouwen en mannen kunnen even goed les geven, maar zowel meisjes als jongens hebben mannelijke rolmodellen nodig – voor jongens geldt dit nog sterker dan voor meisjes. Mannen communiceren anders en leren grenzen verkennen. Op school leer je ook hoe je problemen oplost en met conflicten omgaat. Kinderen moeten zien hoe een meester dat aanpakt, zegt Joany Krijt van CNV Onderwijs in Trouw.
Ook voor het team is een gemixte groep beter: mannen brengen andere ideeën de school binnen dan vrouwen. Ze kiezen andere activiteiten, zoeken meer risico’s en zijn technischer van aard. Mannen en vrouwen versterken elkaar in een team daarom nemen teams met zowel mannen als vrouwen betere besluiten dan homogene groepen.

 

Oplossingen en suggesties
Ondanks alle initiatieven lijkt het tij niet te keren. Het probleem zit voor een deel ook al in de opleiding. MWM2 voerde in opdracht van CNV Onderwijs een onderzoek uit naar de positie van mannen in het onderwijs. Uit de conclusies kwamen enkele oplossingen om de Pabo’s manvriendelijker te maken:

  • Minder knippen en plakken op de Pabo en de eerste stage niet bij de kleuters.
  • Specialiseren in functies (de ene leraar geeft bijvoorbeeld alle biologielessen en de andere alle handvaardigheidslessen).
  • De Pabo technischer maken (ICT), aparte kleuteropleiding of specialisatie onder/bovenbouw, gym terug in de basisopleiding.

Uit hetzelfde rapport kwamen ook algemene suggesties: van een beter salaris, meer doorgroeimogelijkheden en een beter imago tot een algemene omslag van de softe cultuur naar zakelijkheid: minder praten en meer doen. Ook zou op Pabo’s de verhouding tussen pedagogiek/opvoedkunde en didactiek/inhoud van zaakvakken evenwichtiger mogen.

 

Hoop
Volgens Irma Heemskerk van het Kohnstam Instituut krijgen mannen pas op latere leeftijd interesse voor het onderwijs. Zij-instromers zijn vaak man, zij willen na een tijd in het bedrijfsleven vaak iets nuttigs doen voor de maatschappij. Dus er is nog hoop.