Mag baas zich bemoeien met leefstijl van medewerkers?

Het begrip duurzame inzetbaarheid is tegenwoordig niet meer weg te denken. Maar hoe wordt het in de praktijk ingevuld? Wie is ervoor verantwoordelijk? Ligt de regie bij de medewerker? En mag de baas zich bemoeien met de leefstijl van medewerkers? In dit artikel de conclusies van het Nationaal Onderzoek over Duurzame Inzetbaarheid.

Voor de vijfde maal heeft het onafhankelijk Platform Duurzame Inzetbaarheid het Nationaal Onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid gehouden. Hieraan hebben 4800 mensen meegedaan, vooral HRM’ers. Belangrijkste conclusie: medewerkers zijn zelf verantwoordelijk voor hun duurzame inzetbaarheid.

Bij veel organisaties staat de aanpak van duurzame inzetbaarheid nog in de kinderschoenen. Nog niet eens 1 op de 10 organisaties is er actief mee bezig. Vooral structureel beleid ontbreekt. De meeste organisaties (ruim 59 procent) hebben het als thema belegd bij de HR-afdeling.
Duidelijk is ook dat organisaties zich vooral richten op hoe ze medewerkers gezonder kunnen laten werken, en niet zozeer op thema’s als langer of anders werken.

 

Medewerker is verantwoordelijk
Uit het onderzoek blijkt dat ruim de helft van de ondervraagde HR-professionals vindt dat de verantwoordelijkheid voor duurzame inzetbaarheid bij de medewerker zelf ligt. Medewerkers moeten zelf de regie nemen. Maar duurzame inzetbaarheid leeft nog te weinig onder de medewerkers en wordt nog te vaak gezien als ‘iets van het management’. Om de zelfregie te bewerkstelligen, is bewustzijn creëren essentieel. Zowel bij medewerkers als bij leidinggevenden. Dat is een eerste stap en een voorwaarde voor het succes van interventies. De interventies zijn ook gebaseerd op de eigen verantwoordelijkheid.

 

Persoonlijk budget
Interventies die het hoogste scoren in de ogen van de HR’ers zijn: meer zelfregie van de medewerker (68 procent), een persoonlijk ontwikkelbudget gericht op langer en gezond werken (58 procent) en een ePortfolio waarin de medewerker zelf werkt aan de eigen duurzame inzetbaarheid (34 procent).
Overigens is de eigen verantwoordelijkheid en zelfregie alleen mogelijk als de organisatie daarvoor de faciliteiten biedt. Van gezonde werkplekken en goed personeelsbeleid tot de juiste scholing. Ook de overheid moet met maatregelen komen die duurzame inzetbaarheid minder vrijblijvend maken.

 

Bemoeienis baas toegestaan
Bijna de helft van de organisaties uit het onderzoek is actief bezig met gezonder werken en 69 procent van hen bevordert een gezondere leefstijl. Gezond werken is dan ook een van de belangrijkste thema’s binnen duurzame inzetbaarheid.
Omdat zowel werknemer als werkgever verantwoordelijk zijn voor duurzame inzetbaarheid, is het geen probleem als de baas zich met de leefstijl van de medewerkers bemoeit, vindt ruim de helft van de HR-professionals. Dat is iets meer dan vorig jaar.
Hoe dan ook: het onderwerp moet hoger op de agenda komen. Op de vraag wat er moet gebeuren om duurzame inzetbaarheid te vergroten, leggen de HR-professionals de bal weer bij de medewerker. Die moet er volgens hen mee aan de slag gaan.