Gelukkige juf of meester? Kinderen gelukkig

Kinderen die een juf of meester hebben waarvan ze denken dat deze gelukkig is, zijn zelf ook gelukkiger. Dit blijkt uit Antwerps onderzoek, aldus De Standaard. Professor Guido van Hal, die de studie van de Universiteit van Antwerpen begeleidde: “Dat gaat echt hand in hand”.

Wat maakt kinderen gelukkig? De provincie Antwerpen vroeg het aan 13.871 leerlingen van 163 basisscholen. De meeste kinderen geven zichzelf een hoge score van gemiddeld een 8 op een schaal van 1 tot 10. 70 procent van de kinderen scoort een acht of hoger. Er is geen verschil tussen meisjes en jongens, en evenmin tussen jongere en oudere leerlingen.

Rolmodel
De opvallende uitkomst is dat kinderen die denken dat de juf of meester zelf gelukkig is, op hun beurt ook vaker gelukkig zijn. “Dat gaat echt hand in hand”, zegt professor Guido Van Hal (Universiteit Antwerpen), die de studie mee begeleidde in De Standaard. “Het is een interessante vaststelling voor al wie in het onderwijs werkt. Juffen en meesters zijn voor kinderen in de basisschool echte rolmodellen. Als kinderen hen leuk vinden, gaan ze liever naar school en voelen ze zich ook beter in hun vel.”

Smartphone maakt niet gelukkig
Wat verder telt: veel vrienden hebben, niet gepest worden, zich niet voortdurend vervelen en terechtkunnen bij veel mensen, in de eerste plaats bij mama of papa. Ook verrassend: wie een gsm of smartphone heeft, of een spelconsole, is niet gelukkiger dan degenen zonder. Het bezit van die spullen heeft geen enkele invloed op de mate van welbevinden.

Dubbel pech
Overigens vinden kinderen de speeltijd doorgaans leuker dan de lessen zelf, volgens De Standaard. Al geldt dat niet voor kinderen die zeggen geregeld gepest te worden. “Een groep die aandacht verdient”, zegt Guido Van Hal. “Ook al is die niet zo groot, toch gaat het om enkele honderden kinderen. En wat meer is: die zeggen ook dat ze niet of minder bij hun ouders terechtkunnen. Dat is dus dubbele pech.”
Ook kinderen die thuis een andere taal dan Nederlands spreken – een op vier in de hele provincie – scoren wat minder hoog op geluk en blijken iets vaker gepest te worden. “Een spijtige vaststelling, die verder onderzoek behoeft”, aldus Guido Van Hal.